Biografie

Geboren in Australië (1952) en op jonge leeftijd (6 jaar oud) met mijn ouders en broers en zus naar Nederland gekomen. Lagere school in Leiden, middelbare school in Leiden en Oegstgeest. Foto-opleiding in Londen (3 jaar). Leraar aan een taleninstituut in Parijs (3 jaar), en daarna weer terug naar Nederland. Tot zover is er van plot nauwelijks sprake.

Terug in Nederland werd ik reclametekstschrijver. Voordat ik het werd, wist ik niet eens dat je dat kon worden. Eerst werkte ik zelfstandig, later met een compagnon en een eigen tekstbureau. Dat leek goed te gaan, er was veel vraag naar schrijvers, klanten leken uit zichzelf binnen te komen. Maar na een tijdje ging het bureau roemloos ten onder omdat mijn compagnon en ik niet hetzelfde wilden.

Ik werd weer zelfstandig in 1988 en keerde een zeker succes weer terug. Ik deed steeds grotere projecten voor steeds grotere klanten. Op het laatst schreef ik bijna niets meer, alleen nog rapporten en communicatie-adviezen, en dat zijn op zijn best niet meer dan halve teksten. In de advieswereld is geen vraag naar schrijfkwaliteit, spanning wordt niet op prijs gesteld.

Na zeven jaar maakte ik de stap van communicatie-advies naar fusiemanagement, het was een enorme stap die ik zonder enig plan zette. Ik werd ervoor gevraagd en toen ik vroeg waarom ze mij kozen, kreeg ik als antwoord: ‘Ik denk dat jij dat wel kunt.’

Say no more.

Terwijl ik werkte aan het samenvoegen van de Energiebedrijven van Den Haag, Rotterdam en Dordrecht tot Eneco, speelde er op de achtergrond een heel ander plot. In alle vrije uren die ik had werkte ik aan mijn eerste thriller, Dump. Het boek was bijna af en ik had een uitgever die het wilde publiceren.

Ruim vier jaar had ik erover gedaan: schrijven, herschrijven, herschrijven en nog eens herschrijven. Ik was niet van plan het daarbij te laten. En niet van plan is ook een plan. Daar gaat het de hele tijd om, of je succesvol bent of niet, je moet wel een plan hebben. In 1995 was het zover, mijn eerste grote fusie was afgerond en mijn eerste boek lag in de winkels: 1995 was een vet jaar. Dump werd meteen genomineerd voor de Gouden Strop van dat jaar. Geweldig. Fantastisch. Ongelooflijk. Er werden er in totaal 1368 van verkocht. 1368. Op zulke lage verkoopcijfers kun je geen toekomst bouwen.

En dus kwam ik met een nieuw plan: hard werken, geld sparen en elk jaar drie maanden vrij te nemen om een boek te schrijven. Research kon ik doen tijdens het werk voor klanten, het echte schrijven niet. Het plan was niet om door meer boeken te schijven meer boeken te verkopen (alhoewel ik daar niet tegen was), ik wilde domweg een volgend boek schrijven. En daarna nog en nog een en nog een. Mijn plot was alweer aan het veranderen. En dat lukte. Wat dat betreft is het een mislukt plot want de mislukking bleef uit. Sinds 1995 heb ik gestaag door geschreven. Het ene boek na het andere.

Fictie schrijven is mooi, het is een soort gecontroleerde meervoudige persoonlijkheidsstoornis. Al die personages die in mij ontstaan, groeien en avonturen beleven, die allemaal iets doen, meningen hebben en fouten maken. Met ieder boek kruip ik in de huid van een ander en probeer ik alles te denken, doen en voelen als die ander. Van liefhebbend tot gewelddadig, van loyaal tot onbetrouwbaar. Al die personages komen uit mij en in mij. Sommige zijn dichterbij dan andere. Ik doe mijn best om tussen al die figuren mijzelf te blijven en dat is niet altijd eenvoudig. Als ik van ’s ochtends half acht tot ’s middags half een, zeven dagen per week, drie maanden lang Breder Weltmann ben of Matti van der Donk, ga ik dat vanzelf ook geloven. Al mijn personages reizen met me mee, hun verhalen zijn mijn verhalen, en andersom.

Boeken, novelles, korte verhalen, toneelstukken, scenario’s en opdrachten. Sinds 1995 wordt elk idee een plan om te schrijven. En vrijwel alles wat ik heb geschreven is uiteindelijk uitgegeven. Door die boeken trad ik toe tot de wereld van de thrillerauteurs en heb ik een aantal functies bekleed.

– Voorzitter van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs (GNM); van 2000-2004.
– Lid van de International Association of Crime Writers (IACW).
– Voorzitter van de Stichting Gouden Strop, van 2016 – 2020.